Pas verschenen

Czesław Miłosz, Theologisch traktaat, Flanor

“God is niet dood. God is vorig jaar juni negentig geworden en hij woont met zijn vrouw in Krakau, van waaruit hij de wereld blijft verbazen met het uitbreiden van zijn schepping waarmee hij kennelijk nog niet klaar is…”

Het was wellicht wat gedurfd om de inleiding bij de vertaling van een in 2002 in het Tijdschrift voor Slavische Literatuur gepubliceerd gedicht op die manier te beginnen, maar in het geval van Theologisch traktaat van de twee jaar later toch nog overleden Czesław Miłosz was gezien de plaats die deze dichter binnen de Poolse poëzie innam (en nog steeds inneemt) een dergelijke aanhef misschien niet eens zo ongepast. En had een van Miłosz’ belangrijkste exegeten, Jan Błoński, niet in een studie over de nestor van de Poolse literatuur diens poëzie ‘de wereld’ genoemd? Dus hoe zou je de dichter, de schepper van die wereld, anders moeten noemen?

Heel wat genuanceerder, maar niet minder bevlogen schrijft Willem Jan Otten over Miłosz in zijn inleiding bij de onlangs verschenen herziene vertaling van Theologisch traktaat, die hij besluit met de bemoedigende oproep: “Wees onbegrepen, lezer, lees Miłosz, lees Miłosz.”

Ewa Lipska, De liefde, beste mevrouw Schubert, Plantage

Uit de inleiding:

“Van alle dichters die de vertaler in Krakau, de Poolse hoofdstad van de poëzie, toevallig tegenkomt is Ewa Lipska degene die hij het vaakst spreekt. Tijdens één van deze accidentele rendez-vous ontstond ooit het idee voor deze bundel waarvan geen Poolse editie bestaat maar inmiddels wel een Franse en een Italiaanse onder (vertaald) de titel Het gebarsten oog van de tijd. Zonder met deze titelkeuze te willen wedijveren in adequatie of originaliteit is de Nederlandse titel naast een rechtstreekse verwijzing naar een eerdere gelijknamige bundel van Ewa Lipska uit 2013 misschien ook wel een verholen knipoog naar de aanlokkelijke dwaling om liefde en literatuur – liefde is een woord – met elkaar te verwarren. Per slot begint en eindigt elk Krakaus rendez-vous tussen vertaler en dichteres met een voor de vertaler bestemd zowel hoopgevend als bezielend woord van de dichteres: ‘De liefde, beste K.’

In De liefde, beste mevrouw Schubert zijn alle zesenzestig gedichten uit het hele poëtische oeuvre van Ewa Lipska bijeengebracht, waarin een sibillijns zwijgende mevrouw Schubert rondwaart of liever gezegd wordt geëvoceerd, om raad gevraagd, berispt, herinnerd, in vertrouwen genomen of meestal simpelweg aangeschreven, want de meeste van deze prozagedichten zijn in feite korte aan haar gerichte poëtische brieven.”

Olga Tokarczuk, Oer en andere tijden (Prawiek i inne czasy), De Geus

Oer is een gebied in Polen waar de tijd lijkt stil te staan. Alsof God zijn aartsengelen als beschermers rondom Oer geposteerd heeft. De mannen, vrouwen en kinderen die er wonen verbinden het dagelijks leven met de krachten die naar hun gevoel het universum beheersen.

‘Wat wij nodig hebben zijn dochters. Als alle vrouwen nu eens in één keer dochters begonnen te baren, dan zou er vrede op aarde zijn’, zegt een vrouw in Oer. Maar ook al worden er opvallend veel meisjes geboren en lijkt Oer de bescherming van God te genieten, het blijft niet gespaard voor de kleine en grote oorlogen.

Olga Tokarczuk (Polen, 1962) is de belangrijkste Poolse auteur van haar generatie. Meerdere van haar romans werden bekroond, waaronder De rustelozen, dat in 2011 bij De Geus verscheen en haar de Nike-prijs (de belangrijkste literaire prijs van Polen) en de Man Booker International Prize opleverde. Ook voor De Jacobsboeken (ook bij De Geus verschenen, in 2019) ontving Tokarczuk de Nike-prijs. In 2019 werd haar de Nobelprijs voor Literatuur 2018 toegekend.