Pas verschenen
Wiesław Myśliwski, Het Paleis, Querido

Wanneer het de landheer aan het begin van de oorlog te heet onder de voeten wordt, vlucht hij en laat hij zijn landgoed onbeheerd achter. De herder Jacob, die altijd al nieuwsgierig was naar hoe het paleis er vanbinnen uitziet, neemt zijn kans waar. Hij loopt door de verlaten gangen, dwaalt van vertrek naar vertrek, verwonderd door alle rijkdom. Terwijl hij portretten van de adellijke familie bekijkt, vereenzelvigt hij zich in gedachten met de ene na de andere aristocraat uit het verleden. Om meteen daarna ook weer woedend te worden vanwege de grote klassenverschillen in de samenleving, met name op het Poolse platteland.
Jacobs monoloog is een waar taalvuurwerk, voortgestuwd door zijn morele verontwaardiging, die de vernietiging van het paleis niet alleen onvermijdelijk maakt maar ook rechtvaardigt.
Adam Zagajewski, Wacht op een herfstdag. 66 gedichten uit de eenentwintigste eeuw, Plantage

Adam Zagajewski (1945-2021) wordt beschouwd als een van de belangrijkste dichters die Polen heeft voortgebracht: jarenlang werd hij gezien als de Poolse kandidaat voor de Nobelprijs voor de Literatuur. Van zijn hand verschenen in het Pools vijftien poëziebundels. In Wacht op een herfstdag heeft Karol Lesman zesenzestig van zijn gedichten samengebracht uit de bundels die na het jaar 2000 verschenen. Zagajewski zag het als zijn taak als dichter ‘de verminkte wereld te bezingen’; wat hij in zijn werk beoogde is zoeken naar wat het leven ondanks de duistere kanten van het bestaan de moeite waard maakt. ‘Poëzie is blijdschap waar wanhoop onder schuilt. En onder die wanhoop ligt opnieuw blijdschap’, luidt het in een van zijn gedichten.
Jakub Małecki, Aangrenzende kleuren (Sąsiednie kolory), Querido

Kun je sterven van verlangen? Krystian raakt gefascineerd door die vraag als hij in de zomer van 1927 aan een doodskist werkt voor een naar verluidt van verlangen gestorven vrouw. Dan is er de depressieve dokterszoon, Mikołaj, en de oude dementerende Aniela, die geen heden meer heeft, en ook geen toekomst. Maar achter het grauwe alledaagse leven en de ondefinieerbare gevoelens van deze dorpsgenoten bruist het van de emoties.
Wanneer Krystians dochter op zoek gaat naar de duivel, de zwerver die eigenlijk Adam heet en met zijn hond God in de bossen leeft, zet dat alles in beweging. Hun lotgevallen vermengen zich en grijpen in elkaar – tenslotte is niemand een eiland, iedereen resoneert met iemand anders.
Olga Tokarczuk,
Empusion (Empuzjon), de Geus

In september 1913 reist student Mieczyslaw Wojnicz vanuit Lemberg naar een beroemd sanatorium in de bergen van Pruisisch Silezië. Hij neemt zijn intrek in een herenpension, waar patiënten uit heel Europa net als in Thomas Manns De Toverberg onophoudelijk met elkaar filosoferen. Ondertussen raakt Mieczyslaw gefascineerd door de vele verontrustende gebeurtenissen die zich in de omgeving voordoen. Wat hij nog niet weet, is dat duistere krachten het ook op hem gemunt hebben.
Tadeusz Borowski, Hierheen naar het gas, dames en heren, Querido

Tadeusz Borowski (1922-1951) was een Poolse schrijver, dichter en overlevende van de concentratiekampen Auschwitz en Dachau. Na de oorlog stelde hij zijn werk ten dienste van de communistische partij; aan het feit dat hij zijn talent verraden had ten gunste van Stalin wordt zijn vroegtijdige dood gewijd. Borowski’s boeken, die tot de indringendste kampliteratuur gerekend worden, staan internationaal in hoog aanzien.
Jakub Małecki, Saturnin, Querido

Warschau, 2014: Saturnin, vertegenwoordiger en voormalig gewichtheffer, krijgt een telefoontje van zijn moeder: zijn 96-jarige grootvader Tadeusz is verdwenen. Vastbesloten rijdt hij naar zijn geboortedorp om hem te zoeken.
Als een familiekroniek ontvouwt zich het verhaal van drie generaties, sterk beinvloed door het verleden van de grootvader. Hij was een zachtaardige muzikant die nooit soldaat had willen worden, maar tegen zijn wil een wraakzuchtige partizaan werd en zich daarna in een diep stijlzwijgen hulde. Wanneer Saturnin hem vindt, hoort hij een verhaal dat zijn eigen jeugd in een ander daglicht stelt.
Jerzy Andrzejewski, De gouden vos (Złoty lis), Pegasus

Jerzy Andrzejewski (1906-1983) is een van de belangrijkste maar ook meest controversiële en tragische Poolse prozaschrijvers van de twintigste eeuw.
Het in een onvervalst stalinistisch decor vertelde verhaal ‘De gouden vos’ gaat over een jongetje dat een vriend heeft die alleen hij kan zien. Het feit dat hij de uit de onalledaagse vriendschap voortkomende blijdschap met niemand kan delen, bezorgt hem een onaangenaam gevoel en vergalt voor het grootste deel zijn blijdschap.
Uiteindelijk zal Łukasz bezwijken onder de druk van zijn ten aanzien van het bestaan van zijn vriendje sceptische omgeving en aan het slot van de novelle even schokkend als leugenachtig uitroepen: ‘Ik heb nooit een gouden vos gezien!’