Imagerie d’Épinal – Aleksander Wat

Aleksander Wat (1900-1967)

Bij de dood van Rajk, Slánský en duizenden anderen

De beul geeuwde. Van zijn bijl droop nog bloed.

‘Nee, niet huilen, kleine, hier een snoepje, ’t is al goed.’

Hij pakte haar op. Aaide haar. En zij keek naar het hoofd.

Naar ogen die niet meer zagen. Naar lippen van spraak beroofd.

Het was het hoofd van haar vader. Na balseming,

gewassen, op een paal gespietst en mooi door schmink.

Met die paal liep de kleine in een stoet over een zonnige weg met veel volk langs de kant

onder een schools spandoekje: ‘geluk voor iedereen – dood aan de vijand.’

1949

[uit: Heb medelijden, tijd, uitgeverij Plantage, 2003]